← terug naar publicaties

Goed verzameld

Hoeder van trivia

Souvenirs, Staffordshire en versteende bliksem

Een verzameling kan een mens in haar greep hebben. Omringd willen zijn door mooie dingen, de collectie compleet willen krijgen, op zoek zijn naar dat ene ontbrekende stuk. In deze serie volgen we verzamelaars. Waar begon het allemaal? Hoe is hun collectie tot stand gekomen en wat zijn de meest dierbare objecten? Maar bovenal: wat bezielt hen nu eigenlijk?

Keramiek uit de vijftiger tot zeventiger jaren, ansichtkaarten van de Terschellinger Brandaris, wandelstokken met souvenirschildjes: Marc Volger verzamelt breed en ‘uit de onderste regionen van het verzamelgebied’. Hij is niet het soort verzamelaar dat op zoek gaat naar een specifiek stuk, maar laat zich eerder verrassen door wat hij vindt. Marc is met name gefascineerd door het fenomeen van het souvenir. Het grootste deel van zijn verzameling bestaat uit verweesde reissouvenirs, die hij vindt in kringloopwinkels en op rommelmarkten. Het soort object waar men in het algemeen de neus voor ophaalt: ‘prullen’. Een mooier woord is ‘trivia’, en Marc noemt zichzelf - nog mooier - ‘hoeder van dingen en trivia’. Als verzamelaar én kunstenaar.

In het roodbakstenen voormalig fabrieksgebouw, waar Marc Volger woont en werkt, zijn de ruimtes hoog. Een schuifdeur verbindt het atelier met het woongedeelte waar een vliering in is gebouwd, de zithoek is op een verhoging geplaatst. Een houten kastwand ziet eruit of hij er altijd gezeten heeft, maar is door Marc gemaakt met deuren die hij op straat vond. ‘De verzameling souvenirs, dat zijn er honderden, is voor het grootste deel opgeslagen in die kast.’

Marc zet de fluitketel op en geeft me een boekje, getiteld Ik verzamel, dat hoort bij een kunstproject waarvoor hij anderen opriep hun verzameling in te brengen. En al die zeepjes, stropdassen en schrijfmachines vormden uiteindelijk een totaalkunstwerk, samen met zijn eigen verzamelingen.

Eclectisch

Begon het met zijn kunst of met verzamelen? ‘Vind ik een beetje lastig, ik heb er wel over nagedacht. Feit is dat ik vroeger, zoals bijna ieder kind dat deed, verzamelingen heb aangelegd van postzegels, suikerzakjes en sigarenbandjes, knikkers. En die heb ik nog allemaal. Hoe komt het dat je door de jaren heen nooit afstand hebt kunnen doen van je knikkers? Ik heb zelfs nog de knikkers van mijn vader gevonden. Mijn opa was een geslaagde architect, die na zijn pensionering is begonnen met het verzamelen van tegels en het Tegelmuseum in Otterlo heeft gesticht. Dan zit het misschien ook wel een beetje in het bloed. Maar pas de laatste twintig jaar ben ik actief gaan verzamelen, voor die tijd was het meer bewaren.’

Het wordt steeds meer eclectisch, merkt Marc. Ik wijs een smeedijzeren voorwerp aan, dat eruit ziet alsof het op de top van een torentje thuishoort. ‘Vroeger werd alles met de zeis gemaaid, en die zeis moest in het veld steeds aangeslepen worden. Dan sloegen ze dit in de grond en dan hamerden ze het blad van de zeis weer plat. Zo’n ding is eeuwenlang gebruikt, en als het dan in de kringloopwinkel terechtkomt, weet bijna niemand meer wat het is.’ Een ander onduidelijk voorwerp komt ter tafel. ‘En dan vind je ook dit: een opiumpijp uit China of Korea, 19de-eeuws. Een waanzinnig ding, moet je kijken hoe dat ingelegd is met parelmoer. Ik zal je nog iets anders laten zien.’

Marc opent een doosje waar een soort vertakte zandkleurige vormen in liggen. ‘Op een reis door de Sahara kwam ik dit tegen in het zand, je raadt nooit wat het is: versteende bliksem. Als de bliksem in een grote zandvlakte slaat, dan zoekt die een weg naar beneden en dan heb je eigenlijk een afdruk in het zand. Ik kwam er pas thuis achter wat het was.’

Bij een gefiguurzaagd ornament: ‘Ik heb een enorme zwak voor huisvlijt. Misschien omdat ik zelf zo’n plezier beleef aan het maken, herken ik iets in het handwerk van anderen. Dus dingen die gemaakt zijn aan tafel onder de schemerlamp, in een tijd dat er geen televisie was. Daar is deze naaidoos ook een prachtig voorbeeld van,’ zegt hij bij een fraai kistje met speldenkussen. ‘Tramp art, zo genoemd omdat het van waardeloos materiaal is gemaakt, in dit geval van sigarenkistjes en doorgezaagde schaakpionnen. Nou… het gaat dus álle kanten op bij mij,’ constateert Marc droog.

Echte souvenirs

De wand naast de tafel is gevuld met schilderijen: horizontale vlakken in alle tinten grijsblauwgroen. Marc beschouwt zichzelf in de eerste plaats als landschapsschilder, de Waddenzee vormt zijn grootste inspiratiebron. ‘Mijn schilderwerk werd steeds naturalistischer, toen besloot ik om zaken naar me toe te halen die met de natuur te maken hebben en dat vind ik nog steeds de meest interessante souvenirs. Ik heb minder met de dierenwereld, hoewel ik daar nog een paar dozen van heb ergens: de koalabeertjes uit Australië en de stierenkoppen uit Spanje.’

Een voor een wijst Marc dingen aan op en om de tafel. Hij heeft een aantal dienbladen op een rijtje gezet waarop een voorstelling van een berg is ingelegd met vlindervleugels. ‘Ze komen allemaal uit Rio de Janeiro, echt souvenirs. Zoiets kan nu natuurlijk niet meer en wordt waarschijnlijk niet meer gemaakt. Deze schorsen heb ik ook even tevoorschijn gehaald: op een plak boomstam wordt een ansichtkaart geplakt waar weer overheen geschilderd is, ook heel curieus.’ Enigszins in het verlengde daarvan ligt de boomfles, flessen of vazen die vermomd worden als boom, met een soort stopverf en stukken echt hout. ‘Ze moeten ooit massaal gemaakt zijn, maar je komt ze eigenlijk nooit meer tegen. Als ik er een tref, neem ik hem altijd mee. Tegenwoordig probeer ik het kringloopbezoek een beetje te beperken. Ik blijf mijn ogen openhouden voor souvenirs en ook wel voor naturalia, maar ik vind het bijna niet meer, het zijn nu meer toevalstreffers geworden.’

Er komt een wat tuttig beeldje ter tafel. Een zeemanssouvenir, van een heel andere categorie dan gegraveerde potvistanden: het Engelse Staffordshire aardewerk. ‘Voor op de schoorsteenmantel. Je denkt dat het een vaas is, maar dat is het niet. Spill vase noemen ze dat, om de houten spaanders in te zetten waarmee je vanuit de haard je pijp aanstak, of de kaarsen. Ze werden destijds allemaal gemaakt naar aanleiding van een actualiteit, en deze behoort tot de categorie koningshuis. Dit zijn de twee eerste koningskinderen van koningin Victoria met een beschermengel.’ Marc haalt er drie grote, dikke boeken over Staffordshire figurines bij. ‘Er gaat een wereld voor je open en dit betreft alleen nog maar de hoogtijdagen van dit type aardewerk. Je zou kunnen zeggen dat het volkskunst is. Met sierborden waren het de eerste dingen die zeelui meenamen om hun huis te decoreren, want die huizen waren verder heel sober, dan bracht je iets leuks mee voor moeder de vrouw. Deze goudlusterglazuur vaas is ook een zeemanssouvenir, die werden uit Engeland meegenomen. Mensen reisden midden 1800 natuurlijk nog niet zo veel maar die matrozen wel.’

Dan is er nog een collectie stereofoto’s van de natuur, gemaakt door een amateurfotograaf die door Italië en Zwitserland rondreisde rond 1900. Heeft hij ook een stereokijker? Marc: ‘Zeker.’ En hij pakt een dienblaadje met verschillende stereokijkers, die grappig genoeg hun plek hebben onder de televisie. ‘Je komt heel dicht bij iemands leven, je reist mee, dat spreekt me erg aan.’ Ik tuur naar bergen, rotspartijen en woest kolkende rivieren in zwart-wit. De weinige mensen die erop staan verdwijnen in het natuurgeweld.

Lang niet iedereen had een fototoestel, dan kocht je een mapje met alle hoogtepunten van de streek. Op tafel ligt een aantal als voorbeeld. Weer de Alpen en Lourdes. ‘Het leuke is, dit is niet gedrukt, het zijn echte foto’s. Ik vind deze erg mooi, die is heel vroeg: Cairo eind 1800.’

Herinneringen

‘Mijn droom is om ooit nog een grote tentoonstelling te maken over het souvenir, want dit fenomeen en de hele vormenwereld die erin zit, is nog niet beschreven. Via pelgrimsinsignes en de souvenirs van de Grand Tour kom je uit bij de opkomst van het toerisme in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Waar ligt dat kantelpunt waarop mensen geen reiziger meer waren maar toerist? Dat heeft natuurlijk alles te maken met geld en vrije tijd.’ En in samenhang hiermee: wanneer werd het souvenir ‘meuk voor de massa’? We wisselen van gedachten over hoe een object dat lokaal werd vervaardigd door mensen die deze spullen zelf ook gebruikten - een gevlochten mand of een stuk keramiek dat typisch was voor de streek - is verworden tot een banaal massaproduct dat in China wordt gefabriceerd. En dan is er ook nog het interessante gegeven van objecten die schaars zijn omdat ze veelvuldig zijn weggegooid; niet beschouwd als bijzonder en juist daarom nu zeldzaam.

‘Het souvenir - letterlijk “herinnering” in het Frans - betreft lang niet altijd een object dat je herinnert aan je reis, het wordt juist meegenomen voor een ander, bij wie het achter in een kast verdwijnt. Maar toch durven mensen het niet weg te doen, want het is van je zoon, die heeft aan je gedacht toen hij in Pisa/Parijs/Sevilla was. Het is toch een dierbaar iets. Zeker de wandelstokken, als ik ze bij iemand thuis tegenkwam - altijd bij de kapstok, onder de jassen - dan vroeg ik of ik ze mocht hebben: nooit. Dat zijn dingen waar heel wat aan vast zit: je eigen wandelingen of die van je ouders. Er zijn kilometers mee gemaakt in de buitenlucht. Toch van een andere klasse dan een koelkastmagneet.’

Gelukkig mens

Gedurende ons gesprek heeft Marc steeds rustig en weloverwogen gesproken, het souvenir en de geschiedenis van het verzamelen is duidelijk een onderwerp dat hem al jaren bezighoudt. ‘Nu ik ouder word komen er steeds meer gebieden uit de wereld naar me toe waar ik hevig geïnteresseerd in ben. Ik had drie jaar geleden niet kunnen denken dat ik het interessant zou vinden om boeken te hebben over Staffordshire aardewerk. De wereld is een schatkamer, ik kom tijd tekort! Ik ben een gelukkig mens en reken mij ongelooflijk rijk, dat ik zo geniet van de magie van de kleine dingen, en het ongewone in het gewone ervaar.

Tekst Fleur Poots | Fotografie Kim Krijnen

Klik hier voor orginele artikel in het magazine 'VIND': (klik hier om te openen in een nieuw venster) →